Skip to main content

Jip & Janneke


Vertaling van Jip en Janneke naar het Urkers.

We proberen natuurlijk zo goed mogelijk Urkers te schrijven, maar richten ons wel op de kleuters van nu. We hoeven dus geen antieke woorden te introduceren die we zelf ook niet meer gebruiken.

Iedereen vertaalt vijf verhaaltjes en tijdens een vervolg avond kunnen we elkaar dan feedback geven op de vertaling en eventueel met suggesties komen. Ook zullen we tot een consesus moeten komen over welke woorden we gebruiken. Voorbeeldje; vader en moeder of taote en mimme?

K.J. Romkes: Taote in mimme was al vaar vor 1950 eut de moede. Et gebruk van eutgesturven woorden gebrukken om et gebrukken allien likt mij gien goed eutgangspunt.

Je mag je vertalingen mailen naar klaas@barends.eu dan maak ik ze hier beschikbaar voor iedereen om te lezen.

De spelling wordt naderhand door Stichting Urker Taol gecontroleerd, maar zij kunnen natuurlijk ook feedback geven op de vertaling.

Verdeling

TitelVertaoler
Jip en Janneke spelen samen (1 , 2)Klaas
Allebei een hapje (1, 2)Tamara
Janneke heeft een klein beetje griep (1, 2)Grietje
Jip belt Janneke (1, 2)Daniëlle
Poppenwas (1, 2)Alieke
Jip snijdt zich (1, 2, 3)Joke
Pootjebaden (1, 2)Joke
Wie eet het meeste pannenkoeken? Grietje
Takkie is weg (1, 2)Daniëlle
Jip is een meisje Janita
Muziek op zolderTamara
Mama is ziekMargriet
Mama helpen Janita
Winkelen Grietje
In de draaimolenMargriet
Vadertje en moedertje (1, 2, 3)Daniëlle
Janneke komt logerenTamara
Middeltje tegen drift Grietje
Een taart met holletjesMargriet
Foto maken (1, 2)Daniëlle
Naar het circus (1, 2)Klaas
DierentuinMargriet
Janneke is jarig (1, 2, 3, 4)Klaas
SoepTamara
Een buil en een verband Grietje
Griezelige reus (1, 2, 3)Joke
Janneke is terug (1, 2, 3)Joke
Takkie eet mee (1, 2)Alieke
VerrekijkerKlaas
RoeibootGerrit
Deeg is lekker (1, 2, 3)Joke
WeggelopenGerrit
IJs eten (1, 2, 3)Alieke
Huilen en lachen Janita
Van de trap glijden Janita
Bij de dokterGerrit
Tien rode nageltjes en een rode neus Janita
Het poppenhuis (1, 2, 3)Alieke
Touw (1, 2)Gerrit
Dag Jip! Dag Janneke! (1, 2)Margriet
Annie M.G. Schmidt (1)Klaas
Fiep Westerdorp (2)Gerrit

Skreven

Spelling is afspraak. Je maakt afspraken over de wijze hoe je de gebruikelijke klanken in een taal weergeeft in lettertekens. Het Nederlands gebruikt een pakket tekens, dat door meerdere talen en dialecten wordt gebruikt.

Soms zijn in een dialect dat onder een standaardtaal valt klanken die vaak gebruikt worden maar met het gewone tekenset niet goed kunnen worden weergegeven. Ook het Urkers heeft daarom enkele extra klinkers. Voor de rest is het alfabet toereikend en heeft een enkele klinker twee verschillende uitspraken. Die situatie komt in het Engels nog veel meer voor. In een vraag over onze spelling wees iemand op de woorden ‘upload’ en ‘board’, twee keer ‘oa’ maar met een verschillende uitspraak.

Voor het Nederlands is er een instantie, die de schrijfwijze van het Nederlands afdwingt. De spelling die wordt voorgeschreven, moet in officiële stukken worden gevolgd, in het onderwijs onderwezen en in het Nationaal Dictee gehanteerd. Voor het Urker dialect is geen instantie met voldoende gezag om dat af te dwingen. De meest gebruikelijke spelling is die van onze stichting.

Voor een regelmatig voorbeeld is een uniforme schrijfwijze praktisch en voor de lezer gemakkelijker. Het is daarom ronduit jammer dat bijvoorbeeld in het Urker Volksleven, advertenties, het Urkerland een eigen lijn wordt gevolgd maar geen consequente lijn. Op het web kom je de vreemdste vormen van het Urkers tegen en moet je soms twee keer lezen voor je begrijpt wat er staat. Maar een uniforme spelling zal moeten worden geleerd en het is maar de vraag of de posters dat wel willen. Ieder doet dus wat goed is in eigen ogen, een situatie die het Nederlands in ieder geval lang achter zich heeft gelaten.

Medeklinkers in het Urker dialect

De medeklinkers geven geen of weinig problemen in het Urker dialect. Wij kunnen heel goed toe met de Nederlandse medeklinkers. Wel hebben we in het Nederlands een klank, die in het Urkers niet voorkomt. De letter ‘h’ is voor het Urkers overbodig. De ‘Indriks A’ kennen we dan ook alleen als aanduiding. Als compensatie gebruiken we hem in ons Nederlands taalgebruik zo krampachtig dat hij zelfs op ongewenste plaatsen is te horen.
Een andere klank die wij niet gebruiken aan het begin van een woord is de ‘ch’. Deze is in het Urkers een zachte ‘k’. Dus Skeveningen. Komt de ‘ch’ wel voor? Jazeker, als keel-g. Dus hebben we het over ‘roche’ en een ‘ruchien’.

Een stemloze klinker

Een klinker die nog al eens voor verwarring zorgt is de stemloze e. Eigenlijk werkt die in het Urkers net zoals in het Nederlands en hoeven wij de schrijfwijze helemaal niet aan te passen.
Ik geef wat voorbeelden om het duidelijk te maken.
In het Nederlands schrijven we ‘een huis’ maar zeggen ‘un huis’. Precies zo ook in het Urkers. ‘Een eus’ wordt ook gewoon uitgesproken als ‘un eus’. Hetzelfde geldt voor ‘het huis’ wat klinkt als ‘ut huis’ en ook het Urkers volgt. ‘Et eus’ uitgesproken als ‘ut eus’. Je kunt dus gewoon de normale schrijfwijze volgen. Let op: je kunt in het Urkers wel de zin ‘et et ereged’ krijgen en daarbij krijgen we eerst een stemloze, dan een stemhebbende en dan weer een stemloze ‘e’.

Klinkers

Een belangrijk punt is dat het Urkers van elke klinker een korte en een lange variant heeft. En dat niet alleen. Het heeft invloed op de betekenis van het woord. Ook hierbij een voorbeeld:
Kieken – kort – kijken
Kieken – lang – keken
Schrijven we de lange klinkers ook of geven we dat aan? Wij doen niet aan streepjes, trema’s, umlauts, kapjes en wat dies meer zij. Het geeft een heel onrustig beeld en maakt de zaak alleen maar gecompliceerd. Wij schrijven een lange klinker alleen wanneer dat nodig is in een open lettergreep. Dus ‘slaapen’ en ‘eeten’. Voor de rest moet je het gewoon weten. Tromp de Vries zaliger zei dan: “Zet je moend nor et Urkers dan got et vanzelf”.

Klinkers met een verschillende uitspraak

De klinker ‘u’ wordt in het Urkers voor twee verschillende klanken gebruikt. Dus net als in het Engels, dat daar berucht om is. De letter ‘a’ kon op zoveel manier gebruikt worden in die taal dat je er duizelig van wordt. Maar zo erg is het dus in het Urkers niet. Wij gebruiken de ‘u’ in het geval van ‘urgel’ maar ook in ‘buk’. En dat is alles.

Korte en lange varianten van de klinkers

  1. a – aa
    Wacht maar, ze waagt ‘t wel. Ik slacht ‘t gemeste kalf as ie slaagt. Er zijn tientallen zulke voorbeelden: zag– zaag, smak– smaak, kram–kraam, gap –gaap, vlam– vlaam(vlies).
  2. e – ea
    In ‘t kessien legt een keasien (In ‘t kastje ligt een kaasje). Ze is fel op de bessern in defea! (Ze is dol op de bezem en de dweil). Het aantal woorden met ea is niet zo groot. (De ea uitspreken als de klinker in flair).
  3. i – ie
    Ik kan op een prik die preek wel naovertelln. Waor moet je mit die inne eene?(Waar moet je met die kip naar toe?). As je nou je teun niet spitten, zal je dat laoter spetten. Eerst kritten in nou kreten (eerst langs de weg slenteren en nu huilen). We stikken ier van de möggen, in steken dat ze doen. Er zijn veel van dergelijke voorbeelden te vinden. (De ie uitspreken als de klinker in beer).
  4. ie – ië
    We kieken niet oor, want euruli kieken gister ok niet. Niet waor, dat is gien leus dat is een niet (neet). Op dat beste biesien zit een biesien (Op dat luxe koekje zit een beestje). De kiengeren bieden net in die bieten of ‘t koek was. De ië uitspreken als de klinker in bier.
  5. o – ao
    Klaos et mot mit z’n moat (Klaas heeft ruzie met zijn vriend). Lot maar zitten, ‘t is al te laot. Nor tollen taolen de kiengeren niet maar (De kinderen talen niet meer naar tollen). Gief dat paor een por (Geef dat stelletje een stoot). Z’n boord ong in z’n bord (Zijn baard hing in zijn bord). Een kaole kolle stat niet vor een vrouwe (Een kaal voorhoofd staat een vrouw niet mooi). Veel voorbeelden zijn hier te geven.
  6. ó – oo
    Gooi dat bót maar in de boot. Wat zit je te móótten mit die mooten vis (móótten = morsen). In grote tonnen toonen ze de netten (tonen –tanen). Ik bin dóf in m’n oofd in ok een bietjen doof. Toe ze begon te kreten was ik mit ‘r begoon (Toen ze begon te huilen was ik met haar begaan). Een woord wórt wel er’s een zwaard. (De ó uitspreken als de klinker in zo’k.)